Hormonen

U hoeft zich geen zorgen te maken over hormonen in uw drinkwater. En ook niet over hormoonverstorende stoffen, die sterk lijken op echte hormonen. De meeste scheikundige stoffen waarvan we vermoeden dat ze het hormonale evenwicht verstoren, lossen gemakkelijker op in vet dan in water. Ze komen dus eerder terecht in het vetweefsel van waterdieren. Of ze zetten zich vast op de resten van planten of ander organisch materiaal. En mochten er toch schadelijke stoffen terechtkomen in het water? Dan halen wij ze er bij de waterbehandeling uit.

Wat zijn de regels rond hormonen in drinkwater?

Er staat nog geen normwaarde in onze drinkwaterwetgeving. Vanaf 2018 zal er een richtwaarde worden vastgelegd.

Wat zijn hormonen en hormoonverstorende stoffen?

Hormonen zijn chemische stoffen met een heel specifieke uitwerking op de organen en weefsels in ons lichaam. Ze kunnen die zowel aanzetten als afremmen. Het woord hormoon komt van het Griekse woord hormân: aandrijfstoffen.

Typisch voor hormonen is dat een heel kleine hoeveelheid kan leiden tot buitengewoon intensieve effecten.

Hormonen reizen mee met het bloed en worden afgebroken in de lever. Ze zorgen vaak voor langzame processen over een lange periode zoals groei en stofwisseling, menselijk gedrag en karakter, en het harmonische verloop van orgaanfuncties.

Zowel het zenuwstelsel als het hormoonstelsel (endocriene stelsel) scheiden verschillende hormonen af. Die beïnvloeden, net zoals het autonome zenuwstelsel, een waaier van functies binnen het lichaam. Dat begint altijd bij de stofwisseling. Veranderingen op dat niveau beïnvloeden uiteenlopende functies zoals voortplanting, groei en ontwikkeling, opslag en verbruik van reservevoedsel, water- en zouthuishouding en spijsvertering.

We weten dat hormonen ook ons gedrag beïnvloeden: hoe goed we kunnen leren, hoe we omgaan met onze seksualiteit, hoe snel we agressief worden, …

Hormoonverstorende stoffen zijn scheikundige stoffen die als twee druppels water lijken op natuurlijke hormonen. En zo ook een invloed kunnen hebben op mens en dier. Een voorbeeld is bisfenol A (BPA), dat je aantreft in plastic flessen. Als zo’n flesje warm wordt, bijvoorbeeld omdat het in de zon ligt, geeft het BPA af aan het water. En dat kan gevolgen hebben voor wie van dat water drinkt. Want BPA vertoont gelijkenissen met het vrouwelijke hormoon oestrogeen: het beïnvloedt de voortplanting en stimuleert de aanmaak van vetcellen.

Hoe voorkomen drinkwatermatermaartschappijen hormonen in drinkwater?

Gebruiken we alleen grondwater voor de bereiding van ons kraantjeswater? Dan is er geen kans op aanwezigheid van hormonen. En oppervlaktewater? Dat behandelen we intensief met actieve koolfilters, zodat alle schadelijke stoffen er genadeloos uitgaan.

Welke concentraties van hormonen zitten in water?

In ons drinkwater treffen we nóóit positieve stalen aan. De oestrogeenconcentratie ligt er onder de detectielimiet. In de Maas in Luik en in het Albertkanaal treffen we heel lage waarden aan.

Maximaal gemeten oestrogeenconcentraties (in nanogram/liter):

 

2013

2014

2015

2016

Maas in Luik

0,36

0,59

0,32

Albertkanaal

0,16

0,19

0,27

Drinkwater

<0,08

<0,11

<0,14